Godfried Bomans in de periferie

1

In Wandelingen in Rome schreef Godfried Bomans dat wandelen in Rome vanwege de rondscheurende vespa’s eigenlijk niet meer mogelijk is: ‘Het hoge woord moet er uit: men kan overdag in Rome niet meer wandelen. Die tijd is voorbij. (…) Mensen, die een straat moeten oversteken, zien er uit als opgejaagde delinquenten: zij spieden rechts en links, en hoepla, daar wordt de sprong gewaagd, de sprong naar de eeuwigheid of naar het trottoir aan de overkant, dat valt vooraf niet te zeggen.’ En dat was in de jaren vijftig. Wat zou Bomans vandaag de dag hebben geschreven, nu de wegen in Rome vol gaten, scheuren en kuilen zitten, en er dit jaar al negentien van de rammelende en uitgeteerde stadsbussen uit pure wanhoop spontaan in brand zijn gevlogen?

Bomans ging dus maar ’s nachts wandelen. Achter het Rome van de kerkelijke en de klassieke bezienswaardigheden ligt een ander Rome, het Rome van de periferie en de grensgebieden. Ook Bomans bezocht in zijn tijd – in 1954 – de ‘keerzijde’ van Rome, ‘die grauwe, verroeste kant van de medaille’. In Wandelingen in Rome beschrijft hij hoe hij met een weldoener, bijgenaamd de ‘uomo col sacco’ (de ‘man met de zak’) midden in de nacht schoenen, kleren, dekens en sigaretten ging uitdelen. Op een kaart van Rome markeerde de man met de zak ‘met rood potlood precies die gedeelten van de Eeuwige Stad, welke in de Baedeker als ‘not remarkable’ worden overgeslagen. Het was de plattegrond van een toerist, maar dan in spiegelschrift gelezen. Alle sloppen, stegen en achterbuurten stonden er als de grootste bezienswaardigheden op aangestreept en de meest vervallen rayons hadden zelfs een dubbele omlijning. De enige overeenkomst met een gewone kaart bestond hierin, dat ook de klassieke ruïnen een merkje hadden.’ Het waren de touristische trekpleisters waar ’s nachts de armen sliepen. Zo beschrijft Bomans een tocht langs de armen die in die tijd ‘s nachts in de spelonken van het Colosseum te vinden waren.

Het was deze keerzijde van Rome, die Bomans in 1954 kort leerde kennen, waarin in 1968 de Gemeenschap van Sant’Egidio ontstond uit de ontmoeting tussen enkele scholieren uit het centrum en de bewoners van een barakkenwijk vlakbij de hondenrenbaan, het Cinodromo. Dit Rome was, in de woorden van Sant’Egidio-stichter Andrea Riccardi, ‘een mengeling van bouwvakkers en zwartwerkers, een wankel evenwicht tussen marginalisatie, opstand en berusting’.

De periferie is in de afgelopen vijftig jaar flink veranderd, maar de mengeling van marginalisatie, opstand en berusting bestaat nog steeds. Begin dit jaar begon journalist Bas Mesters met een reis door Europa, om in de marges van steden als Londen, Parijs en Berlijn op zoek te gaan naar de kiemen van een nieuwe sfeer van broederschap. Hij bezocht ook Rome, waar ‘kunstenaars, filosofen en verschoppelingen vanuit verlaten gebouwen de egocratie bestoken.’ Na een uitgebreide beschrijving van een kunstenaarsproject in een oude worstenfabriek en een creatieve gemeenschapsruimte in een lange en verloederde flat die ooit gebouwd is in de stijl van De Corbusier, komt uiteindelijk bisschop Vincenzo Paglia (die verbonden is aan de Gemeenschap van Sant’Egidio) aan het woord. In het licht van zijn boek Il crollo del noi (‘de ineenstorting van het wij’) geeft hij zijn visie op de situatie in de periferie van Rome en op de noodzaak van een gemeenschappelijke toekomst voor Europa. Het is inderdaad nodig, zei Paglia tegen Mesters, om de broederlijkheid te ontdekken en te laten groeien, om een nieuwe verbintenis te vinden tussen het ik en het wij. Want de hel, voegt Paglia toe, is niet de ander, zoals Jean-Paul Sartre zei. De hel, dat is de eenzaamheid.

2

‘Het gevaar’, zo kwam Bomans tot de conclusie in 1954, in de hoogtijdagen van de koude oorlog, ‘komt niet uit het Oosten. De dreiging zit in het Westen, in een tekort aan sociaal besef en waarachtige naastenliefde. Vloot noch luchtmacht kunnen dit land voor het communisme bewaren. Het is slechts een bepaald soort leger, dat die strijd in rustig vertrouwen kan wagen en ik ben blij, dat ik met de onhandige rekruten daarvan heb kennis gemaakt.’

 

(afbeeldingen: eigen foto’s)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *