Mijn reis naar de katholieke kerk, 2: Litouwen

Vilnius_view

Vorige keer vertelde ik over mijn zoekende tijd als kind en hoe ik me vrijgevochten heb van Villa Achterwerk. Ik zat nu op zondagochtenden niet meer op de bank voor de tv, maar ontmoette mensen die iets deden met het christelijk geloof. Een kleine club, iedereen kende elkaar. Mensen van alle leeftijden, ook veel gezinnen met kinderen. Ik leerde hier ook beter gitaar spelen: ik werd uitgenodigd om mee te doen met de twee gitaristen en de pianist die muzikale ondersteuning gaven bij het zingen. Ik kende in die tijd nog maar een stuk of drie akkoorden (ik was net begonnen met gitaarlessen), dus viel ik elke keer stil wanneer ik een akkoord niet kende, om daarna weer vrolijk verder te spelen op het moment dat er weer een bekend akkoord kwam. Elke week leerde ik tijdens gitaarles weer een nieuw akkoord, zodat ik steeds minder stiltes hoefde te laten vallen.

Kopje onder: doop

Iets sprak mij aan, waardoor ik  bleef gaan. Er werd door mensen op een positieve en enthousiaste manier over Jezus gesproken. Voor hen was geloof iets wat ze op een vrolijke manier beleefden. Op een of andere manier sprak dit mij aan en voelde ik mij ook aangetrokken door de persoon Jezus. Zijn voorbeeld en uitnodiging die ik hoorde in de bijbelverhalen waren op een onbewuste manier een antwoord op mijn impliciet gevoel van zoeken uit mijn kindertijd. Op mijn twaalfde heb ik gekozen om Jezus te volgen (it just made sense) en heb ik mij laten dopen, en heel eenvoudige beslissing zonder bijzondere ervaring. Ik ging kopje onder in januari 2000.Gelukkig binnen, in een mini-zwembadachtig doopvont, want het was natuurlijk winter.

60’s en Keith Green

Tijdens het grootste deel van mijn tienertijd gingen wij als gezin, na de opheffing van de groep waar ik gedoopt was, naar een evangelische kerk in Deventer. Een iets grotere club, ook mensen van alle leeftijden, met een wat sterkere nadruk op de beleving en met iets uitgebreidere muzikale ondersteuning. Gitaren en zang werden versterkd en het was allemaal net iets professioneler, dus ik speelde niet mee. Zelf ontwikkelde ik interesse in de jaren ’60 (vooral via de muziek van Jimi Hendrix en de site hippy.com), en raakte ik ook geïnspireerd door het levensverhaal Keith Green (1953-1982), een Amerikaanse hippie die in de jaren ’70 een soort hippy-achtige christen werd. Zijn geloof had een sterke sociale dimensie, waarbij hij mensen opving in zijn huisgezin en later een hele leefgemeenschap oprichtte (voor meer over Keith, zie deze documentaire). Dit inspireerde me, maar ik wist niet wat ik ermee moest doen. Liever was ik ook een hippy-achtige christen geweest in de jaren ’70, maar helaas, ik leefde begin 21e eeuw.

Litouwen

Op mijn zeventiende hoorde ik van een internationale zendingsorganisatie genaamd ‘Youth with a Mission’, en ik greep deze kans aan om iets te doen met de inspiratie van het verhaal van Keith Green. Met een groepje jongeren ging ik die zomer naar Litouwen, waar ik voor het eerst katholieke christenen ontmoette. We hielpen o.a. met het organiseren van een jongerenweekend in het dorpje Plateliai, in de buurt van een prachtig meer waar nog ergens een oude raketschacht in de grond zat uit de Sovjet-tijd (zonder kernraket, gelukkig). Ik sloot vriendschap met de Litouwse katholieke jongeren met wie we het weekend organiseerden, en hun enthousiaste beleving van hun geloof verraste me. De katholieke kerk vond ik nog steeds raar en vreemd. Ik was voor het eerst aanwezig bij een katholieke kerkdienst, de ‘mis’, waar ik probeerde mee te komen met al het staan, knielen en zitten, waar ik geen touw aan kon vastknopen. Het waren de vriendschappen met Litouwse leeftijdsgenoten (toen nog vooral via MSN messenger) die na die zomer verder gingen.

Moeilijk, moeilijk… een rozenkrans

Ik bezocht hen opnieuw tijdens de kerstvakantie later dat jaar. Naast allerlei belevenissen, in het bijzonder het bezoek aan een geweldig Jazzcafé in de stad Klaipeda, was het tijdens die kerstvakantie dat ik het gevoel kreeg dat er echt iets bijzonders was met die katholieken. Ze straalden een verbondenheid met God uit die minstens even echt was als wat ik gewend was bij evangelische christenen, met net zoveel vreugde, en niet wereldvreemd. De laatste dag bezocht ik met een van hen de kathedraal van de hoofdstad Vilnius, waar ik een tijd bij het winkeltje stond te twijfelen of ik een rozenkrans van barnsteen zou kopen (barnsteen is, net als roze soep, een typisch Litouws product). Ookal was het maar een souvenir, al dat katholieke was toch een beetje eng, en de gedachte aan wat mijn gereformeerde docent godsdienst ervan zou zeggen, maakte het ook niet makkelijker. Na een minuut twijfelen kocht ik het ding toch, en keerde ik terug naar Nederland met het plan om eens wat katholieken te gaan leren kennen. Zo begon ik op een reis die mij uiteindelijk naar India zou brengen. Daarover de volgende keer meer.

One response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *