Mijn reis naar de katholieke kerk, deel 8: Crossing the Tiber

host-over-chalice1

Begin 2013 kwam Pasen steeds dichterbij, het moment waarop ik de stap zou zetten om katholiek te worden, door het sacrament van het vormsel te ontvangen en voor het eerst de communie te ontvangen, de ‘eerste communie’. Ik was eerder al gedoopt, op twaalfjarige leeftijd in een evangelische gemeente in Deventer; omdat de katholieke kerk de doop van andere kerken en christelijke gemeenschappen erkent als de ene doop (of het nou kinderdoop of volwassendoop is: het is de doop) kon ik via een eenvoudige procedure via de bisschop ingeschreven worden in het katholieke doopregister. De personen waarmee ik de volwassencatechese volgde waren nog niet gedoopt, dus die zouden met Pasen worden gedoopt, het vormsel ontvangen, én de eerste communie. In die laatste maand vóór Pasen begon er in mij meer openheid en vertrouwen te groeien over die centrale vraag over de eucharistie.

De eucharistie en de maand vóór Pasen

Van de worstelingen met de bezwaren en de onbeantwoorde vragen (zowel theologisch als existentieel en spiritueel) van meer dan een half jaar daarvoor was nauwelijks meer sprake. In de maanden na het omslagmoment tijdens het lezen van Lumen Gentium waren er momenten waarop ik dacht: ‘misschien moet ik maar Anglicaans worden ofzo, dan kan ik mooi iets van sacramenten en liturgie en een katholiek-achtige spiritualiteit ervaren, zonder geconfronteerd te hoeven worden met onoplosbare vragen over moeilijke dingen als de paus of Maria’. Maar wanneer ik daar over nadacht, wist ik dat ik dat niet echt wilde en moest doen, dat ik dan de makkelijke weg zou kiezen, niet de weg waarvan ik echt de overtuiging had dat ik die moest gaan, al leek die weg bezaaid met onoverkomelijke obstakels. Zoals ik in een eerder deel van dit verhaal vertelde, had ik veel helderheid gekregen door het bezoek aan Carole Brown in Dublin en door het lezen van de katholieke katechismus en andere boeken (over de eucharistie las ik o.a. ‘het bruiloftsmaal van het Lam’ van Scott Hahn). Maar helderheid was nog niet hetzelfde als een positieve overtuiging, en dit zou pas komen in de maand vóór Pasen. In die maand begon ik, wanneer ik in de kerk zat tijdens de mis, langzaam de eucharistie te beleven als het meebeleven van het laatste avondmaal, het lijden en de dood van Jezus en zijn opstanding, wat de katholieke kerk beschrijft als het ‘tegenwoordig stellen’ van het offer van Jezus (iets anders dan alleen een ‘herdenken’). Het was nog maar heel pril, maar ik ervoer het wel als positief en authentiek. Daarnaast ontstond ook in mij een vertrouwen dat dit niet een vlaag was die ik kwijt zou raken wanneer ik eenmaal de stap gezet had om er daarna op terug te kijken en er toch ernstig aan te gaan twijfelen: ik kreeg een vertrouwen dat ik iets begon te ontdekken wat verder zou groeien nadat ik de eerste stap had gezet, maar dat ik wel die stap moest zetten om verder te kunnen groeien. Met deze nieuwe beleving en vertrouwen ging ik de ‘goede week’ in, de dagen vóór Pasen 2013.

De laatste keer de zegen

Op donderdag begon het ‘triduum’ met de eucharistieviering waarin de gebeurtenis van het laatste avondmaal centraal staat en meebeleefd wordt: de voetwassing, en de instelling van de eucharistie en het priesterschap. Op goede vrijdag volgde een viering waarin het hele lijdensverhaal van Jezus gelezen werd. Tijdens het uitreiken van de communie ging ik voor het laatst met gekruiste armen naar voren om van de priester de zegen te ontvangen: de volgende dag, tijdens de paasnachtmis op zaterdagavond, zou ik voor het eerst de communie ontvangen. Het was een raar moment, omdat ik me dit opeens besefte, dat dit de laatste keer was dat ik met gekruiste armen naar voren ging om de zegen te ontvangen. Tijdens mijn eerste ontmoeting met katholieke christenen op mijn zeventiende in Litouwen werd mij uitgelegd dat de katholieke kerk vraagt dat alleen degenen ter communie gaan die geloven dat het brood en de wijn het lichaam en bloed van Christus worden en dat zij deel zijn van de zichtbare eenheid van de kerk in de rooms-katholieke kerk. Ook werd mij op positieve wijze uitgelegd dat ik zeer welkom was om naar voren te gaan om de zegen te ontvangen van de priester, en dat aan kon geven door met gekruiste armen naar voren te gaan. In tegenstelling tot wat ik soms hoor in discussies over de eucharistie en ter communie gaan, zeker in Nederland, heb ik dit zelf nooit ervaren als iets wat ongastvrij is: ik heb altijd, als overtuigde protestant, de leer van de katholieke kerk gerespecteerd en gewaardeerd, ook al was ik het er vaak niet mee eens. Ook heb ik het ontvangen van de zegen in al die jaren van mijn zeventiende tot mijn zesentwintigste, in allerlei verschillende omgevingen, landen, en culturen als een grote vreugde ervaren. Ook heb ik het ervaren als een uiting van een bijzondere verbondenheid met die katholieke kerk, die toch zo anders was, een ervaring van eenheid in de kern van het gedeelde christelijke geloof. Maar nu ontving ik voor het laatst de zegen.

Terug naar Lumen Gentium op stille zaterdag

Op stille zaterdag wordt overdag gewaakt bij Jezus in het graf. De dag van zijn dood-zijn, van stilte. En ’s avonds laat, tijdens de Paasnachtmis, wordt in het donker het licht van de opstanding aangestoken in de kerk. Tijdens die stille zaterdag zat ik overdag in de kapel van het studentenhuis waar ik woonde, en las ik, voor het eerst sinds die zomer, opnieuw Lumen Gentium, wat ik las toen ik opeens een omslag ervoer in mijn houding tot de katholieke kerk, op die maandagmiddag van 23 juli 2012 op de zevende verdieping van de VU. De ervaring op die maandagmiddag tijdens het lezen van Lumen Gentium was een verrassing, een schok, een omslag, en het begin van een diepgaande zoektocht, een worsteling met vragen en bezwaren. Nu was de ervaring heel anders: het was een opnieuw lezen van die katholieke tekst over het kerk zijn en volk van God zijn met rust, helderheid, en het stille vertrouwen dat dit inderdaad de weg was die ik moest gaan, de stap die ik moest zetten, de plek waar ik hoorde (maar zonder alle bruggen achter mij te verbranden; zoals een priester het tegen mij zei: de stap op zo’n manier zetten dat ik al het goede en mooie uit mijn tijd als evangelisch christen erin mee kon nemen en niet achter hoefde te laten, en op deze manier katholiek christen te worden).

Crossing the Tiber

Op zaterdagavond zat ik in de Onze Lieve Vrouwekerk aan de Keizersgracht in Amsterdam, met familie en met veel vrienden van mijn studentenvereniging NSA. De paasnachtmis begon en de kerk was bomvol. Zoals gebruikelijk in de paasnachtmis werd al het licht aan het begin van de viering uitgedaan, en werd in het donker het paaslicht aangestoken en van achter naar voren doorgegeven via de kaarsjes die alle mensen in de kerk vasthielden, langzaam de hele kerk verlichtend. Ik was best zenuwachtig. Een kort moment ging de gedachte door mijn hoofd: ‘Nee, ik moet dit niet doen, ik moet nog meer vragen stellen en antwoorden zoeken, me nog meer erin verdiepen, nog meer zekerheid krijgen voordat ik zo’n stap zet!’ Maar daarna dacht ik: ‘Nee, ik heb dat gedaan en mij erin verdiept, en dit is inderdaad wat ik echt wil en wat ik geloof wat ik moet doen, en ik kan met overtuiging deze stap zetten’. We gingen naar voren. De anderen werden gedoopt, door besprenkeling met water op het hoofd, en ik werd opgenomen in de katholieke kerk door belijdenis van geloof (door een zin uit te spreken in de trant van ‘ik belijd en geloof alles wat de katholieke kerk leert over geloof en moraal’, of zoiets). We ontvingen het sacrament van het vormsel door zalving met olie op het voorhoofd en de oplegging van de handen van de priester op het hoofd, terwijl we knielden bij de communiebanken voorin de kerk. Daarna volgde de eucharistie en ontvingen we onze eerste communie. De priester hield de hostie omhoog, volgens de zintuigen een doodnormaal stukje brood maar door het geloof te herkennen als het lichaam van Jezus, met de woorden ‘zie het Lam van God dat wegneemt de zonden der wereld, zalig zij die genodigd zijn aan de maaltijd des Heren’, en wij reageerden, zoals gebruikelijk bij elke eucharistieviering: ‘Heer, ik ben niet waardig dat gij tot mij komt, maar spreek en ik zal gezond worden’. Ik ontving de eerste communie en ging terug naar mijn plek in de kerkbank, waar ik knielde om te bidden. Ik had de stap gezet. I had crossed the Tiber.

(Verhaal gemist? Rode draad kwijt? Hier vindt je een overzicht van de verhalen in deze serie)

One response

  1. Wat mooi, indrukwekkend en deels ook herkenbaar.
    Ik heb ook een deels evangelische achtergrond en heb net een kleine, maar belangrijke, stap gezet richting de katholieke kerk. Ik wil graag katholiek worden en geloof ook dat dat de juist keus is. As maandag heb ik daarover een gesprek met de pastoor.
    Het voelt spannend, maar op een positieve manier.
    Mooi om jouw ervaringen te lezen. Bedankt hiervoor!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *