Vals getuigenis? (boekrecensie)

Jan Peeters schreef laatst op de site van Katholiek Nieuwsblad een recensie van het boek Vals getuigenis. De waarheid achter (anti-) katholieke mythen, de onlangs verschenen Nederlandse vertaling van Bearing False Witness. Debunking Centuries of Anti-Catholic History van de Amerikaanse socioloog Rodney Stark.

Volgens de recensie is Vals getuigenis ‘goed onderbouwd en helder beschreven’, het boek mag ‘in geen enkele katholieke boekenkast ontbreken’. Ik had een andere indruk tijdens het lezen van False Witness. In 2017 schreef ik er een recensie over in het wetenschappelijk tijdschrift Radix. De recensie is nu hier te lezen. Er valt namelijk meer te zeggen over dit boek van Stark…

Vals getuigenis?

Zeger Polhuijs

 

Rodney Stark

Bearing False Witness

Debunking Centuries of Anti-Catholic History

West Conshohocken, PA: Templeton Press, 2016

272 pagina’s

ISBN 9781599474991

 

Toen de Amerikaanse socioloog Rodney Stark begon aan zijn academische carrière, richtte hij zich op het toepassen van de rational choice-theorie in godsdienstsociologie, en op het gebruik van kwantitatieve methoden in historisch onderzoek. In zijn boek The Rise of Christianity (1996) beschreef hij de sociologische dynamiek van de groei van het christendom in het Romeinse Rijk; in Cities of God (2006) keek hij in het bijzonder naar de cruciale rol van grote steden in dit proces. In deze werken worden statistische data ingezet om ongefundeerde visies van historici te weerleggen. Naast deze sociologisch-historische studies begon Stark echter ook met het schrijven van boeken met een meer historisch-apologetisch karakter: zo wijdde hij het boek The Victory of Reason (2005) aan de rol van het christendom in het ontstaan van ‘vrijheid, kapitalisme, en westers succes’. Deze boeken hebben een meer polemischer toon dan zijn sociologische publicaties. In het hier besproken boek Bearing False Witness: Debunking Centuries of Anti-Catholic Historyverhaalt Stark hoe hij tijdens zijn eerdere werk herhaaldelijk naar zijn idee ernstig verdraaide visies op de geschiedenis van het christendom tegenkwam, die hij in zijn boeken probeerde te weerleggen en corrigeren. Stark ontwaart in deze verdraaiingen een hardnekkig anti-katholicisme en haat tegen de Katholieke Kerk. Hierom besloot de Amerikaanse socioloog (die zelf niet rooms-katholiek is) om een boek te wijden aan dezemisvattingen, en de inzichten en het werk van voorname wetenschappers te gebruiken om ‘het valse getuigenis’ te weerleggen en recht te doen aan de geschiedenis en de bijdragen van de Katholieke Kerk.

In Bearing False Witness komen ondermeer thema’s als anti-semitisme, de canon van de Bijbel, de kruistochten, de inquisitie, de wetenschappelijke revolutie, slavernij, en Protestantisme en moderniteit ter sprake. Aan elk thema is een hoofdstuk gewijd, waarin Stark voorbeelden van anti-katholieke mythes noemt en ze daarna weerlegt. Elk hoofdstuk wordt onderbroken door een schema met korte beschrijvingen van prominente historici die belangrijke bijdragen hebben geleverd aan het debat, en wier werk kan bijdragen aan het corrigeren van anti-katholieke geschiedschrijving. Stark betreurt het dat ondanks het feit dat anti-katholieke mythes duidelijk ongefundeerd zijn en met behulp van het werk van gerespecteerde historici makkelijk weerlegd kunnen worden, deze mythes vandaag de dag nog steeds breed gedragen worden.Stark verricht zijn werk naar eigen zeggen niet als dienst aan de Rooms-Katholieke Kerk, maar doet zijn werk in dienst van de geschiedschrijving.

Stark’s bedoelingen zijn prijzenswaardig, maar eenmaal aan het boek begonnen krijgt de lezer gaandeweg een andere indruk. Zijn toon blijkt sterk polemisch, met een houding die soms gefrustreerd en op andere momenten zelfs triomfalistisch te noemen is. Stark lijkt een hekel te hebben aan de Verlichting, die door hem herhaaldelijk “the so-called Enlightenment”wordt genoemd (3, 53), en die in het beeld dat hij schetst alleen lijkt te bestaan uit radicaal antiklerikale atheïsten. Dat er ook een christelijke Verlichting bestond die het autonome verstand juist wilde inzetten voor het verdedigen van een redelijk christelijk geloof lijkt Stark niet te willen zien(zie MacCulloch, Reformation, 2004: 698). In het beeld dat Stark schetst lijkt de Verlichting geheel te worden vertegenwoordigd door Voltaire, Rousseau en Robbespiere.

Daarnaast is de argumentatie van Stark vaak bijzonder eenzijdig. De informatie die hij aandraagt is zonder twijfel bijzonder waardevol: het is erg behulpzaam om zijn voorbeelden te lezen van door de kloosters gedragen technologische en economische ontwikkelingen in de Vroege Middeleeuwen, middeleeuwse bisschoppen in het Rijnland die Joden beschermden tijdens pogroms, of laat-scholastieke en vroeg-moderne theologen die bijdroegen aan het ontwikkelen van het intellectuele klimaat waarin de wetenschappelijke revolutie aan haar exponentiële groei kon beginnen. Maar elke keer krijgt de lezer weer het gevoel dat er iets ontbreekt, en wie iets meer leest over elk thema (al is het maar een uitgebreide Wikipedia-pagina) komt er al snel achter hoe selectief en eenzijdig Stark zijn lezer van informatie voorziet. Een vergelijking met gerespecteerde hedendaagse standaardwerken over de thematiek in kwestie, zoals Reformation(2004) of A History ofChristianity (2010) van de Britse historicus Diarmiad MacCulloch, laat nog duidelijker zien hoe opmerkelijk Stark’s benadering is.

Stark’s beeld van de kruistochten als legitieme zelfverdedigingmet oprechte motieven is bijvoorbeeld al enigzins eenzijdig, maar de eenzijdigheid wordt helemaal duidelijk wanneer in ogenschouw wordt genomen dat hij in feite alleen de eerste kruistocht bespreekt en de latere kruistochten,die van veel dubieuzere aard zijn, in het geheel niet noemt (zie MacCulloch, Christianity, 2010:385, 473-474). De Spaanse Inquisitie wordt gepresenteerd als niets anders dan een baken van juridische prudentie, en de toon lijkt die van een ‘zo erg was het ook weer niet’ te zijn. Hiernaast schrijft Stark het verdwijnen van de heksenjacht toe aan de kritiek van katholieke geestelijken, terwijl hij het feit dat diezelfde heksenjacht een eeuw eerder werd aangewakkerd door het boekMalleus Maleficarum van twee Dominicaanse schrijvers geheel onbesproken laat (zie MacCulloch, Reformation, 2004: 565). Stark herhaalt de bekende kritieken op Weber’s theorie van de protestants-calvinistische werkethiek en het ontstaan van het kapitalisme, en bespreekt de uitstekende theorie dat vroege vormen van het kapitalisme ontstonden in de katholieke middeleeuwen van de kloosters en de Italiaanse stadstaten; maar een significante bijdrage aan deze al zo uitgebreid bekritiseerde theorie is het niet. In het lokaliseren van anti-katholicisme in de Verlichting vergeet Stark de rol die gebeurtenissen als de godsdienstoorlogen en het eind van de tolerantie van het Edict van Nantes in 1685 speelden in het ontstaan hiervan (zie MacCulloch, Reformation, 2004: 473-474).

Naast deze inhoudelijke punten is het taalgebruik in Bearing False Witness niet altijd van overtuigend niveau, met af en toe twitter-achtige opmerkingen als ‘No apologies required’, ‘nonsense’ of ‘vicious nonsense, all of it’. Dergelijke opmerkingen gecombineerd met de selectieve informatievoorziening en gefrustreerde toon doen het boek geen goed. Conclusies zijn soms voortzetting van een argument in de vorige paragraaf, met nauwelijks een opmerking over de conclusie van het hoofdstuk in zijn geheel. Zowel door de historische eenzijdigheid als de toon van het boek en de manier waarop de (opzich waardevolle) informatie geframed wordt, is het maar zeer de vraag of Stark zijn doel met dit boek zal bereiken, namelijk het positief beïnvloeden van de publieke historische opinie en het corrigeren van anti-katholieke elementen in standaardwerken.

Uiteindelijk maakt Rodney Stark dezelfde fouten die hij in zijn tegenstanders signaleert: eenzijdige geschiedschrijving en een meer polemische dan professionele stijl. Juist in een tijd waarin geschiedschrijving over het katholicisme of over het christendom in het algemeen niet alleen misvattingen moet corrigeren maar ook een manier moet vinden om haar inzichten op een overtuigende manier aan een hedendaags (academisch of niet-academisch) seculier publiek over te brengen, slaat Stark de plank helaas mis. Het is van cruciaal belang dat een hedendaagse blik op de geschiedenis van kerk en christendom eigen fouten weet te erkennen (zie bijvoorbeeld de verontschuldigingen van paus Johannes Paulus II voor de manier waarop Johannes Hus en Galileo Galilei werden behandeld of voor de plundering van het oosters-orthodoxe Constantinopel door de katholieke kruisvaarders). Net zo belangrijk is het om positieve aspecten buiten de eigen traditie te benoemen (zie bijvoorbeeld de recente positieve opmerkingen van paus Franciscus over Maarten Luther als een man die de Bijbel terug in de handen gaf van het volk). Daarnaast moet er rekening worden gehouden met de grote uitdaging van onze tijd, die niet zozeer anti-katholicisme (of negatieve vooroordelen over christendom en godsdienst in het algemeen) is, maar vooral een grote onverschilligheid.

Bearing False Witness biedt waardevolle historische kennis, en Stark’s beschrijvingen van prominente historici en hun bijdragen aan het debat zijn een uitstekend vertrekpunt voor verdere studie. Stark is echter op zijn best in zijn meer sociologische werken, en mist in zijn historisch-apologetische boeken de brede blik en toegankelijke presentatie van een historicus als Diarmaid MacCulloch. Via een kronkelig pad komt de boodschap van de titel van zijn eigen boek terug bij Rodney Stark zelf, in haar al Bijbelse eenvoud en actualiteit: “Leg over een ander geen vals getuigenis af”.

Z. (Zeger) Polhuijs is student filosofie en theologie aan de pauselijke universiteit Antonianum in Rome, en priesterstudent van de Gemeenschap van Sant’Egidio. Hij studeerde Culturele Antropologie in Amsterdam en Christianity & Society in Tilburg.

 

(Deze recensie verscheen in Radix, 42(1) 2017, p. 55-57. Voor meer info, zie hier)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *